close

NICC Membership

NICC is a social and artistic organisation founded by professional visual artists in order to advocate their rights. NICC functions as a mediator between the artists and the government, art organisations and other actors in the cultural field. By becoming a member you help give a voice to artists.

Membership costs only 12 euros. Transfer this amount to 001-3171926-05 with the message 'membership 2017'.

On showing your membership card you receive a variety of advantages and discounts at museums, shops and on subscriptions to <H>Art Magazine. Your card is valid for one year.

NICC develops an artistic and social program of artists talks, exhibitions and debates. By sending your contact details to NICC you will be invited to all projects and events.

Fill in the form below to become a member.

Become a NICC member.

First name

Last name

Address

Email

Subscribe to the newsletter.

Spam protection

Type the text above in the box below:

close

Subscribe to our mailing list

Stay up to date with the NICC newsletter.





Le Machin Financier - Ivo...
De culturele proleet - Ro...
Dan Perjovschi
La Traque de l'Art - Jacq...
Mind map by Henk Visch
The unexamined Life is no...
Wanneer eindelijk een fat...
De klucht van de mossel e...
Verdacht! - Pieter Verme...
Evaluatie van het Kunsten...
Op de guillotine met de V...
Assepoester in het Vlaams...
Loon naar werken ?
Looking For Mr. Fairtrade
Luc Deleu
NICC formuleert aandachts...
NICC vraagt in brief aan ...
NICC ontmoet minister Sch...
Kunstenaars / Respect / V...
NICC, VOBK en OKO organis...
NICC formuleert Commentaa...
Deadline 1 december - Kun...
Oproep aan (beeldende) ku...
Art Goes Public :: Toekom...
Infosessies nieuw Kunsten...
NICC, State of the Arts e...
Workshop on Fair Art Prac...
Onderzoek socio-economisc...
Resultaten Inkomenspositi...
Uitnodiging Kunstenaars -...
Moeten beeldend kunstenaa...
NICC Spreekt met de admin...
Een uitgeknutseld kunsten...
Persbericht: Scheppende k...
Kunstenaar zoekt statuut
NICC reageert op advies v...
Wet van 2002 nog steeds n...
Standpunt NICC inzake act...
Symposium - Towards a Fai...
Atelierbeleid NICC verzel...
Open Studio's 2012
Memorandum Beeldende Kuns...
Brug in De Schorre: funct...
Open Studio's 2016
Symposium MADE BY ARTISTS...
Bruikleenovereenkomst
Tentoonstellingsovereenko...
Koopovereenkomst kunstwer...
Verklaring op eer
Handleiding: werken met e...
Handleiding: werken met e...
NICC is verhuisd naar Bru...
Verenigd Platform 'Sociaa...
Expo De autodidact verlen...
Deadlines aanvragen recht...
NICC ondersteunt alternat...
Respect betekent ook hier...
NICC ook terug in Antwerp...
International conference ...
New folder with 6 edition...
New editions!
The unexamined Life is not worth living (Plato) - Job Koelewijn

Een schuchtere aars laat zelden een vrolijke scheet (Duitse volkswijsheid)

Mijn relatie met de beeldende kunst is veel later gekomen dan mijn relatie met het geschreven woord. De magie van de woorden moet me al vroeg gegrepen hebben want als kind had ik een schriftje en ik begon daar allemaal aforismen in op te schrijven. Vooral degene waarvan de betekenis me niet duidelijk was oefenden de meeste aantrekkingskracht uit: als een soort formules met magische betekenis.

Op verjaardagen van de familie zette mijn vader me op een stoel en ik begon aforismen op te zeggen!! ''O eenzaamheid wat ben je overbevolkt'' of ''geen enkele wind waait gunstig voor hij die niet welke haven hij aandoet''. Iedereen in een deuk van het lachen, was toen een jongen van 12 en begreep niet goed waarom ze zo moesten lachen.

Misschien was het opzeggen van die teksten niks anders dan ijdelheid, en het zoeken naar een identiteit. Het was toen maar een heel klein onderdeel van mijn leven maar best serieus en in conversaties met vrienden kwam er altijd wel een aforisme aan te pas. Mijn vrienden maakten er grappen over. In het verhaal van Asterix en Obelix is Obelix de enige die, wanneer er weer eens gevochten moet worden tegen de Romeinen geen toverdrank krijgt. Hij is immers als kind in de ketel  met toverdrank gevallen en heeft voldoende voor de rest van zijn leven. En jij, zeiden ze dan, jij bent net als Obelix in de ketel gevallen, niet met toverdrank maar met aforismen.

In perspectief gezien was het uit mijn hoofd leren van aforismen, de herhaling en het steeds naar teksten zoeken die een beetje boven je macht liggen het zaadje, de basis waarop de ethiek van mijn kunstenaarschap is gebaseerd. Als er in die periode al een gezegde op mij van toepassing zou zijn geweest, dan wellicht “de letter en de geest”. Letters zeker, maar de geest? Had toen niet kunnen vermoedden dat de geest in mij zou neerdalen, in de vorm van een auto-ongeluk waarbij mijn nek gebroken werd en ik verlamd raakte. En daardoor maanden op bed moest liggen.

De eerste paar maanden waren op Intensive Care en ik was af en toe wel, soms niet van de wereld. Maar de hallucinaties, het oproepen van beelden, een hele vakantie in je geest opnieuw beleven of een schooldag, het was zo gruwelijk echt dat wanneer ze me dan wakker maakten een paar seconden wel uren leken. Moest dan weer helemaal beseffen dat het niet echt geweest was en gewoon in een ziekenhuisbed lag.

Maar de ervaring dat je in geest beelden en herinneringen op kunt roepen die zo realistisch zijn, los van je fysieke beperkingen, dat heeft me nooit meer losgelaten. Was toen nog helemaal niet geïnteresseerd in beeldende kunst maar die techniek van het oproepen van een beeld werd een belangrijk onderdeel van mijn creatief denkproces. Voor een werk daadwerkelijk gemaakt wordt, ben ik het constant in mijn hoofd aan het oproepen.         

Lag al die tijd aan de beademingsmachine en dan komt het moment dat de zuster zegt “je longen  functioneren weer, we gaan nu proberen 1 minuut zelf te ademen”. Die overgang van het artificiële naar het echte ademen was heel moeilijk, werd dan zenuwachtig, benauwd en dan zette ze de machine weer aan. Dat duurde zo een week tot een dokter besliste: “meneer Koelewijn, je kan niet je hele leven aan de beademing, we halen de slang er uit en 30 seconden zelf ademhalen. Uiteindelijk lukte het.

Dat was het moment waarop mijn eerste persoonlijke aforisme werd geboren “ademhalen is belangrijker dan kijken”: niet bijzonder origineel, maar dit keer niet uit een boek, maar uit een existentiële ervaring.

Al die maanden op bed worden je zintuigen op een intensere manier aangesproken. Behalve de geur, is het geluid waar je op focust: de herkenning van de stemmen van de zusters, geluiden van karretjes en machines. Deze waren allemaal nog draaglijk, maar naast mij lag een jongen in coma waarvan de familie en vrienden het idee opgevat hadden om zijn favoriete muziek te spelen: John Denver, een Amerikaanse folksinger. Die bandjes werden continu opgezet, ook de zusters werden er gek van. Ben zodanig doordrenkt met die muziek dat John Denver voor altijd verbonden zal blijven aan die periode.  En met hem het besef van de kracht van de mechanische doordrenking met geluid. Had toen niet kunnen vermoedden dat dit één van de steunpilaren van mijn kunstenaarschap zou worden. Werd op het moment zelf integendeel overvallen door een grote boosheid. Niet tegenover John Denver of de ouders van die jongen, neen mijn boosheid betrof de schepper zelf. Als je christelijk bent opgevoed is het niet ongebruikelijk dat je woorden tot God richt en dit geval waren het woorden van verwijt! Technisch had dat beter gekund. Je kunt je ogen en je mond open en dicht doen, maar je oren ontbreken een klepje of een schuifje waarmee je je oren kunt om af te sluiten.

In het begin was mijn prognose somber: op je 21 jaar leven met het perspectief dat je in een rolstoel moet zitten, gevoerd moet worden als een baby en bij je ouders moet gaan wonen. Om de zoveel tijd huilen, en maar de vraag stellen “waarom ik?”.

Hoe het ook zij, die grenservaring, die catharsis of hoe je het ook noemen wilt, heeft mijn geest de intensiteit van de werkelijkheid doen ervaren op een voor mij ongekende manier. James Joyce heeft het over momenten van ephifanie, de openbaring van het werkelijke zijn van iets; wanneer je het ding ervaart zoals het is, en niet iets anders. De boeddhisten noemen zo’n ervaring een Satori, een moment van verlichting waarin de werkelijkheid zich aan je manifesteert in zijn essentiële vorm. Heb er later met boeddhistische monniken over gesproken, en die schrokken wel een beetje. Want als je zoiets werkelijk hebt ervaren wil je daar steeds naar terug, en één zei “als het echt was zal het je je hele leven blijven achtervolgen”. Hij had gelijk: op een of andere manier ben ik al mijn hele leven lang rekenschap aan het afleggen aan die ervaring. Je zou het kunnen omschrijven als een moment van inzicht, van verlichting, of het besef van metafysica. Je valt uiteraard weer terug naar je normale manier van doen, maar je hebt iets ervaren wat buiten je eigen ratio ligt .

De meeste mensen zwemmen van de ene golf naar de andere golf, op zoek naar dat gevoel dat het water nat is. Wanneer je concreet de ervaring meekrijgt dat het water nat is, dan zwem je anders.

De hoeksteen van het mystieke denken is het besef van Eindigheid, opent de deur naar de Oneindigheid, en wanneer die deur eenmaal op een kier staat wil je die deur verder opentrekken. Begon ook heel langzaam te begrijpen dat het idee van de Tijd verbinden met je eigen bestaan een misvatting is.

Mijn allereerste ''kunstwerk'' was een tekening - zat toen nog in een rolstoel -, met allemaal rolstoeltjes. Het was een heel letterlijke vertaling van mijn mentale toestand maar door de daadwerkelijke persoonlijke ervaring werd het een tekening die de situatie oversteeg. Wist toen natuurlijk nog niks van de grammatica van beeldende kunst.  Maar die tekening was gemaakt op intuïtie, intensiteit, en nog veel belangrijker vanuit een innerlijke noodzaak. Dit zijn elementen die tot op de dag van vandaag een wezenlijke rol spelen in mijn werk .

Door die intensiteit van de tekening en die bijna transcendentale ervaring had het voor mij geen enkele zin om nog een keer zo’n tekening te maken. Dan zou het zijn omdat mensen er enthousiast over waren,  niet meer om de ervaring zelf. Maar die ervaring van de tekening als uitgangspunt gaan nemen, is als plagiaat plegen met je eigen psyche . 

Ergens in het derde jaar op de kunstacademie zei ik: ''zal van de kunst gaan houden alsof het elke keer voor de eerste keer is.'' De docent zei: “typisch van die opmerkingen van studenten waar je nooit meer iets van hoort”. Maar voelde ergens heel diep van binnen dat mijn uitspraak een juiste was. En dat gevoel vergezelt het idee dat mijn werk niets anders is dan een waarheidsgetrouwe vertaling van mijn artistiek denkproces .

 

Heb ooit een werk gemaakt na de kunstacademie: al mijn aantekeningen in die 5 jaar verzameld, opgevouwen in papieren hoedjes en uitgedeeld op mijn basisschool aan de schoolkinderen, daags voor de vakantie en waarbij de kinderen de school verlieten met het hoedje op, en mijn  gedachtengoed terugging naar de wereld . Al die aantekeningen zijn weg, maar heb wel nog wat aantekeningen uit andere boekjes gevonden van die periode aan de kunstacademie: “Mijn ambitie is niet om de meeste beroemde of best verkopende kunstenaar te worden, maar de meest ongeconditioneerde'' .“Wanneer zal blijken dat een werk succesvol is, zal dat werk de rug toegekeerd worden”.

“De beeldend kunstenaar zal maar 1 vriend hebben, zijn naam is verbeeldingskracht”.

“Alleen dan zal de poëzie een geestelijk stuur kunnen worden, wanneer het gedicht wordt opgevat als een Mantra en zo vaak herhaald wordt in je geest dat het is alsof de opgeroepen ervaring niet die van de dichter is maar de jouwe”. De Franse dichter Baudelaire heeft het mooi gezegd: “Als je een woord wil begrijpen, herhaal het duizend keer; daarna zal het woord zich openen als een bloem”.

Heb op 1 februari 2006 met mezelf afgesproken om elke dag hardop boeken te lezen op cassettetapes, nooit langer dan 45 minuten. En noteer daarbij welke bladzijde en de datum. De voorwaarde is ook dat het hele boek gelezen wordt, en bij voorkeur boeken die enigszins boven mijn macht liggen.

In het begin zie je aan de schema's dat er dagen werden overgeslagen. Was aan het twijfelen over de zin van het project en het lezen van die 45 minuten duurde soms wel 2 uur, kon me niet goed concentreren. Na een vijftal boeken kwam er een omslagpunt:  45 minuten lezen is niet echt lang. Sta doorgaans om half acht op, ontbijten, om 8 uur lezen en om 8.45 klaar: nog de hele dag om ''kunst'' te maken. Besloot toen om het een onderdeel van mijn leven te laten zijn: een ritueel, zoals iemand besluit om elke dag te gaan hardlopen. Langzaam begon de reikwijdte van het idee tot me door te dringen, de tijdsspanne van 45 minuten is erg belangrijk. Anderhalf uur per dag hou je niet vol, dat wordt werk maar 45 minuten is te doen.

Nog iets moois was de dikte van een boek; iedereen kent dat gevoel van een dik boek. Als je maar 45 minuten leest maakt dat niet zoveel uit. Je gemoed wordt niet bepaald door de dikte van het boek, maar door de energie en concentratie die je in die 45 minuten stopt. Sterker nog: een dik boek is vaak beter, dan leer je de auteur beter kennen.

Een andere fantastische bijkomstigheid is dat wanneer je dingen hardop hebt gelezen, je jezelf niet alleen een intellectueel  alibi verschaft, maar je ook de mogelijkheid hebt de teksten terug te luisteren.   Het werk van Spinoza begon pas tot me door te dringen toen de ingesproken bandjes werden teruggeluisterd, dan begin je de reikwijdte en de diepgang van zijn  denken te begrijpen. Het heeft bijna iets erotisch: teksten die je in eerste instantie niet begrijpt, nemen door te herhalen langzaam bezit van je geest. Dat heeft iets heel verslavends.

Na verloop van tijd werd het steeds makkelijker om me te concentreren. Het is zoiets als net na je rijbewijs te halen met 100 op de snelweg rijden: dan zit je met het zweet in je handen. Een paar jaar later rij je deze snelheid en doe je er tal van dingen naast. Alleen al de constatering dat een mechanische handeling niet noodzakelijk tot afstomping leidt is een fantastische ervaring.

Ben het hardop lezen 2 jaar geleden anders gaan benoemen: noem het nu High Definition Reading. Dat is een veel juistere benaming want weet vanaf februari 2006 precies welke boeken door mij gelezen zijn en kan het op audio terugluisteren. Je kunt ook aflezen of de keuze van de boeken ambitieus was: mijn   intellectuele schaduw, de transparantie van mijn zijn.

Transparantie is de laatste 10 jaar op alle domeinen in onze maatschappij  een steeds belangrijkere rol gaan spelen. Van bijna alles wat we doen bestaan er Meta Data: gasverbruik, bankafschriften, onze e-mails. Als je in Amsterdam woont en je wil je chipkaart opladen kan men precies zien waar en wanneer je gereisd hebt. De menselijke geest is het mooiste en meest gecompliceerde instrument: is dat dan niet de moeite waard om de input van bij te houden?

Van alle sitespecifieke werken in mijn oeuvre is dit veruit de meest ingrijpende. Als kunstenaar ben je voor je het weet in een oeuvre alleen bezig met stilistische innovatie. Dit hardop lezen is een ethische beslissing waarvan de impact steeds dieper begint door te dringen. Bruce Nauman heeft werken gemaakt als ”bouncing balls and black balls”: je zou dit werk “intellectual balls” kunnen noemen. Dit “high definition reading” heeft niks met ontspanning te maken. ‘s Avonds lezen heeft sowieso geen zin, dan is je geest te vermoeid. Het lezen vindt plaats in de ochtend na het ontbijt: het is meer een sportprestatie afleveren, een duel. Heb nu 8 jaar ervaring  en die 45 minuten duren er nu nog maar 10: zo snel is het voorbij, lees nu zo intensief dat je het bijna scannen kunt noemen.

Er zijn natuurlijk veel audioboeken op de markt, heb er een flink aantal in mijn bezit. In veel gevallen wordt er een acteur ingehuurd, soms de schrijver zelf. Bijna uitsluitend klinken die boeken mechanisch, nooit gebeurt het dat een zinnetje herhaald wordt of dat er een woord niet helemaal begrepen is en men zegt “wat staat daar?” of “dit woord opschrijven”. In mijn leestechniek gebeurt dat voortdurend, zeg sommige zinnen wel 3 keer achter elkaar op. Mijn geest is door die dagelijkse training een stuk helderder en bewuster geworden.

Een geletterde cultuur begrijpt dat een narratief dient om te construeren wat we zijn en wat onze inhoud is. Lezen levert een basis om tussen narratieve opties te kiezen. Zonder het zelfbewustzijn dat door lezen ontstaat kunnen we niet onze cultuur denken, maar worden we alleen door onze cultuur gedacht. In staat zijn om te lezen is een groot deel van wat het betekent om mens te zijn.

Een van de onvermijdelijke woorden in de kunst is het woord “Avantgarde”. Is het niet merkwaardig dat de grondleggers van de moderne kunst dat woord opvatten als een serieus stuk gereedschap? Mondriaan, Malevich en Kandinsky komen onafhankelijk van elkaar tot de conclusie dat als de kunst die wij maken de werkelijke intentie verliest om iets bij te dragen aan de maatschappij en iets toe te voegen aan het bewustzijn, enkel narcistische grandeur resteert, of het fetisheren van objecten, het onvermijdelijke uitdijen van een oeuvre. Wat is er van die intentie overgebleven? Misschien is het de loop der dingen. Bijna 2000 jaar geleden zegt Horatius in zijn Ars Poetica: “woorden en begrippen,  nu vergeten kunnen nieuw leven worden ingeblazen” en “woorden en begrippen die nu bloeien zouden kunnen sterven”. Het is aan de gebruikers zelf om een woord te laten herleven.

Zal vroeg of laat een universiteit vinden die bereid is de High Definition Reading techniek in zijn programma op te nemen.  Alleen al het feit dat je kunt checken welke boeken studenten kiezen en of ze daar ambitieus in zijn geweest. Je kunt het uiteraard terugluisteren en uit de manier waarop iemand leest kan je al afleiden of hij het daadwerkelijk begrepen heeft. Weet wel zeker dat deze studenten helderder in hun hoofd zullen zijn en bewustere keuzes maken.

Om het kunstenaarschap uit te oefenen is een grote dosis narcisme nodig. Als je dit woord terugbrengt naar zijn oorsprong “narcose”, betekent het verdoving. De mythe gaat dat Narcissus verliefd werd op zijn eigen spiegelbeeld, maar er was een nimf die in zijn oor fluisterde dat de diepere betekenis van dat spiegelbeeld niet het bevestigen is, maar het elke keer kapot slaan van dat spiegelbeeld. De essentie van de mythe is dat Narcissus werd gestraft omdat hij niet de kracht had om zich los te maken uit de verdoving.

Narcissus mocht dan nog in een onschuldige plas water kijken, de hedendaagse mens kijkt in de vijver van de media waarvan het mechanisme zo geraffineerd is, en dusdanig deel uitmaakt van ons dagelijks leven dat überhaupt de vraag stellen ''wie ben ik'' al bijna een misdaad is. Als het al mogelijk is om een fatsoenlijk mens te blijven, dan is dat waarschijnlijk in een individueel en op zichzelf staand leven.